Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rykweg (A16) te Prinsenbeek op 20 juni 2022. Betrokkene heeft steeds ontkend de gedraging te hebben verricht en betwist dat hij een mobiel apparaat vasthield. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 29 april 2025 heeft de kantonrechter overwogen dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de gedraging heeft verricht. De consistente ontkenning van betrokkene en het ontbreken van duidelijkheid over de constatering van de verbalisant wegen zwaar. Daarom is de boete ten onrechte opgelegd.
De kantonrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, draagt op tot terugbetaling van het betaalde bedrag en veroordeelt de officier van justitie tot vergoeding van de proceskosten van € 1.230,50. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde verkeersboete wordt vernietigd met toekenning van proceskostenvergoeding.