Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 17 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging, zoals vastgesteld door de verbalisant, voldoende is bewezen. Betrokkene heeft geen specifieke feiten aangevoerd die twijfel kunnen zaaien over de juistheid van de verklaring. De hoorplicht is erkend als geschonden, maar dit wordt gezien als een eenmalige maatregel vanwege een hoge instroom van beroepschriften, waardoor geen structurele schending heeft plaatsgevonden.
Het verzoek tot matiging van de boete met 25% vanwege de schending van de hoorplicht wordt afgewezen. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot matiging en proceskostenvergoeding wordt afgewezen.