Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg te Rilland op 20 juni 2023 om 07:54 uur. Betrokkene voerde aan dat hij geen telefoon vasthield, maar zijn portemonnee, en dat het witte snoer dat de agent zag het oplaadsnoer van zijn telefoon in de houder was.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting van 14 mei 2025 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die duidelijk had toegelicht hoe de gedraging was geconstateerd, voldoende bewijs vormt in zaken op grond van de Wahv.
De aangevoerde omstandigheden door betrokkene boden geen reden om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen. Ook vond de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.