ECLI:NL:RBZWB:2025:445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning en aanslag OZB
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Breda, vastgesteld op €1.077.000 per 1 januari 2020, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2021. De rechtbank beoordeelde het beroep nadat belanghebbende niet was verschenen op de zitting van 14 januari 2025.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de heffingsambtenaar referentiewoningen gebruikte die voldoende vergelijkbaar waren qua ligging, bouwjaar en type. Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met negatieve aspecten zoals de ligging naast een bergbezinkbassin met scheurvorming en het gemiddelde onderhoudsniveau.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de waardering en correcties. De stelling over het bergbezinkbassin was onvoldoende onderbouwd en de duurzaamheid en onderhoudsniveau waren adequaat verwerkt in de waardering. De waarde van €1.077.000 werd dan ook niet te hoog geacht en het beroep werd ongegrond verklaard. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €1.077.000 blijft gehandhaafd.