Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een snelheid van 29 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 14 mei 2025 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene en diens gemachtigde waren afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en niet werd betwist. De aangevoerde schending van de hoorplicht en het motiveringsbeginsel door de gemachtigde werd onderzocht, waarbij werd vastgesteld dat er geen sprake was van een structurele schending, maar van een eenmalige maatregel in een beperkte groep zaken.
De kantonrechter vond geen reden om de boete te matigen en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak is openbaar gedaan en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.