ECLI:NL:RBZWB:2025:4416

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
11091937 MB VERZ 24-341
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijkheid over geluidsoverlast

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens vermeend onnodig geluid veroorzaken met een motorvoertuig op het Kadeplein te Roosendaal op 10 februari 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 22 mei 2025 voerde gemachtigde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er onduidelijkheid bestond over het geluid, mogelijk veroorzaakt door slippen bij hoge snelheid. De verbalisant had betrokkene niet staande gehouden, wat ter discussie stond. De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond en verzocht om matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene onnodig geluid heeft veroorzaakt, mede vanwege twijfel over het geluid en het ontbreken van een staandehouding. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verkeersboete vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onnodig geluid veroorzaken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11091937 \ MB VERZ 24-341
CJIB-nummer : 7062 5422 5573 0635
uitspraakdatum : 22 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam 1] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Appjection B.V. is
[naam 2] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- snorfietser onnodig geluid veroorzaken op het Kadeplein te Roosendaal op 10 februari 2023 om 12.53 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt geen onnodig geluid te hebben veroorzaakt. In het proces-verbaal heeft de verbalisant informatie opgenomen die niet relevant is. Onduidelijk is waarom de verbalisant niet achter betrokkene de tunnel in is gelopen. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan nogmaals benadrukt dat de verbalisant betrokkene staande had kunnen houden. Subsidiair wordt verzocht de sanctie te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene is aan komen rijden en met piepende banden de bocht omgegaan. Er is sprake van geluidsoverlast en het onnodig veroorzaken van geluid. De verbalisant is naar betrokkene toe gelopen om hem te spreken maar betrokkene liep weg. De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar een uitspraak van het hof (ECLI:NL:GHARL:2023:9509) hierover. De verbalisant heeft betrokkene terecht niet staande gehouden. De gedraging staat vast.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er twijfel is over de vraag of er echt sprake is van
onnodiggeluid veroorzaken nu met een hoge snelheid waarschijnlijk geslipt is en er daarom geremd moest worden.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: