Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A4 te Halsteren op 9 maart 2023. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij niet op de pleeglocatie was en onderbouwde dit met twee getuigenverklaringen die bevestigen dat hij op zijn werk was en zijn voertuig geparkeerd stond bij zijn woning.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting waren betrokkene en zijn gemachtigde afwezig, maar de officier van justitie was vertegenwoordigd. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet vaststaat, mede gelet op de grote afstand tussen de woon- en werklocatie van betrokkene en de pleeglocatie, en de getuigenverklaringen die het verweer ondersteunen.
De kantonrechter concludeerde dat er twijfel bestaat over de juistheid van de constatering van de verbalisant, mogelijk door een onjuist kenteken. Daarom werd de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Tevens werd betrokkene het betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.