Uitspraak
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Univé vordert betaling van achterstallige zorgpremies en zorgkosten van haar verzekerde, die enkele weken in detentie verbleef. De verzekerde betwist de vordering deels, met name over de periode van detentie en de verrekening van betalingen. De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 24 lid 1 Zvw Pro de betalingsverplichting tijdens detentie is opgeschort, maar na het einde van de detentie automatisch is herleefd.
De verzekerde moet daarom de premies betalen vanaf het einde van de detentie tot en met februari 2021, evenals de premie van januari 2022 die niet via het CAK is voldaan. De verzekeraar heeft de vordering voldoende onderbouwd met betalings- en declaratieoverzichten. De verzekerde heeft onvoldoende gemotiveerd betwistingen ingebracht over de verrekeningen en declaraties.
De kantonrechter wijst de vordering van € 2.500 toe, verminderd ten opzichte van het totale openstaande bedrag, en veroordeelt de verzekerde tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevestigt dat de rechten en plichten uit de zorgverzekering tijdens detentie van rechtswege zijn opgeschort.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500 aan achterstallige zorgpremies met wettelijke rente en proceskosten.