ECLI:NL:RBZWB:2025:4353
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2022 die door de inspecteur is opgelegd. De kern van het geschil betreft de vraag of een bedrag van €1.500 aan restant persoonsgebonden aftrek, bestaande uit scholingskosten, in aanmerking genomen moet worden bij de aanslag 2022.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende in de aangifte IB/PVV 2021 reeds een bedrag van €1.500 aan scholingskosten als persoonsgebonden aftrek heeft opgevoerd en dat de inspecteur dit bedrag na aftrek van het drempelbedrag heeft geaccepteerd. Daarom is het terecht dat de inspecteur dit bedrag niet opnieuw heeft meegenomen bij de aanslag IB/PVV 2022.
Verder is vastgesteld dat belanghebbende in 2023 een bedrag van €1.500 aan studiekosten heeft terugbetaald aan zijn werkgever vanwege beëindiging van de dienstbetrekking. De rechtbank oordeelt dat deze terugbetaling niet leidt tot een additionele aftrek in 2021 omdat de kosten in 2023 zijn gemaakt en de aftrekbaarheid van scholingsuitgaven sinds 1 januari 2022 is vervallen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft de aanslag ongewijzigd. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2022 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.