ECLI:NL:RBZWB:2025:4292
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding scholingskosten wegens niet vooraf vastgestelde noodzaak
Eiser, werkzaam als docent aardrijkskunde en sinds augustus 2024 ziek uit dienst, vroeg het UWV om vergoeding van scholingskosten voor het schooljaar 2024-2025. Het UWV weigerde de vergoeding omdat de opleiding al was gestart voordat de noodzaak ervan was vastgesteld, een vereiste volgens de beleidsregels.
De rechtbank bevestigt dat de voorwaarde van voorafgaande vaststelling van de noodzaak een bewuste beleidskeuze is en dat eiser hier niet aan voldeed. Hoewel eiser inmiddels als aardrijkskundeleraar werkt, is dit niet in een fulltime dienstverband, waardoor niet kan worden geconcludeerd dat de opleiding noodzakelijk was.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat het ontbreken van een hardheidsclausule betekent dat geen uitzondering kan worden gemaakt. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding van scholingskosten wordt ongegrond verklaard.