Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
12 december 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 juni 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1945, te verlenen. Betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer dementie, en vertoont ernstig nadeel door geheugenstoornissen, desoriëntatie, agressief gedrag en dwaalgevaar.
De burgemeester had betrokkene op 14 april 2024 in bewaring gesteld, waarna betrokkene in een zorginstelling werd opgenomen. De rechtbank had eerder een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend tot 28 mei 2025. Betrokkene is inmiddels overgeplaatst naar een andere zorginstelling waar hij zich iets prettiger voelt, maar hij verzet zich nog steeds regelmatig tegen opname en verblijf.
De advocaat van betrokkene bevestigt dat aan de wettelijke criteria is voldaan en benadrukt de noodzaak van de machtiging voor zes maanden. De arts en maatschappelijk werkster geven aan dat betrokkene intensieve 24-uurszorg en een veilige, gestructureerde omgeving nodig heeft. De zoon bevestigt het verzet en de dwaalneigingen van betrokkene.
De rechtbank oordeelt dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend tot en met 12 december 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.