Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2025
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie.
2.De feiten
U heeft nu al bijna een jaar de winkel niet geopend om zaken te doen volgens de
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de gevorderde vergoeding komt in ruime mate uit boven het tarief van 15% van de hoofdsom (achterstallige huur en toegewezen boete) van € 9.225,23, dat gewoonlijk voor buitengerechtelijke werkzaamheden aan de opdrachtgever in rekening wordt gebracht;
- niet gesteld of gebleken is dat de werkelijke kosten van de eisende partij hoger zijn dan het toepasselijke tarief van Rapport Voor-werk II of het Besluit.
De kantonrechter matigt daarom de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten tot 15% van € 9.225,23, zodat een bedrag van € 1.383,78 wordt toegewezen.
5.De beslissing
- een bedrag van € 4.225,23 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
- een bedrag van € 5.000,00 aan boete in verband met het niet nakomen van de exploitatieverplichting,
- een bedrag van € 1.383,78 aan buitengerechtelijke kosten,