ECLI:NL:RBZWB:2025:3943

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
C/02/434404 / HA ZA 25-222
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Stoof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 1 BWArt. 4:226 lid 2 BWArt. 3:302 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschap met aanwijzing dwangvertegenwoordiger en afgifte erfdelen onbekende erfgenamen aan de staat

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 juni 2025 een verstekvonnisprocedure betreffende de verdeling van de nalatenschap van een overleden erflater. De vereffenaar van de nalatenschap vorderde onder meer dat de erfdelen van onbekende erfgenamen aan de staat zouden worden afgegeven, omdat niet bekend is wie daarvoor in de plaats treedt.

De gedaagden verschenen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend. De rechtbank oordeelde dat het gevorderde niet onrechtmatig of ongegrond was en wees de vordering toe. De vereffenaar werd aangewezen als dwangvertegenwoordiger van de erfgenamen en hun ex-echtgenoten om de verdeling en levering uit te voeren.

Verder bepaalde de rechtbank dat de erfdelen van de onbekende erfgenamen op grond van de toepasselijke wetsartikelen aan de staat moeten worden afgegeven binnen een maand na het vonnis. Ook werden regels gesteld over de medewerking van gescheiden erfgenamen en hun ex-echtgenoten en de wijze van uitkering van hun erfdelen.

Tot slot werd bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt en dat de vereffenaar zijn kosten ten laste van de nalatenschap mag brengen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De nalatenschap wordt verdeeld, de vereffenaar wordt dwangvertegenwoordiger en erfdelen van onbekende erfgenamen worden aan de staat afgegeven.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/434404 / HA ZA 25-222
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
[eiser]in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van mevrouw
[erflater],
kantoorhoudende in [plaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. M.S. Vos te Doorn,
tegen
1.
DE (GEZAMENLIJKE) ERFGENAMEN VAN [erflater] C.S.,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, ,
2.
[gedaagde 1],
wonende te [plaats 2] ,
3.
[gedaagde 2],
wonende te [plaats 3] ,
4.
[gedaagde 3],
wonende te [plaats 4] ,
5.
[gedaagde 4],
wonende te [plaats 5] ,
6.
[gedaagde 5],
wonende te [plaats 6] ,
7.
[gedaagde 6],
wonende te [plaats 7] ,
gedaagden,
allen niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding,
  • het tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiser vordert voor recht te verklaren, althans te bepalen dat de erfdelen van de niet bekende erfgenamen aan de staat moeten worden afgegeven. De rechtbank begrijpt dat eiser hierbij doelt op de al vastgestelde erfdelen van een bekende erfgenaam die inmiddels zelf is overleden en waarvan onbekend is wie daarvoor in de plaats wordt gesteld.
2.3.
Eiser heeft verzocht te bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt en de vereffenaar zijn kosten ten laste van de nalatenschap mag brengen. De rechtbank wijst dit toe, omdat de vereffenaar deze procedure heeft ingesteld met het doel om tot verdeling van de onbeheerde nalatenschap te komen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
stelt de verdeling van de nalatenschap van [erflater] , geboren op [geboortedag] 1935 en overleden op 12 juli 2004, aldus vast dat het pro resto banksaldo, na aftrek van de gemaakte en nog te maken vereffeningskosten, inclusief het loon van de vereffenaar en de kosten van deze procedure, overeenkomstig de erfdelen vermeld in de verklaring van erfrecht wordt verdeeld,
3.2.
wijst de vereffenaar aan als dwangvertegenwoordiger ex artikel 3:300 lid 1 BW Pro van de erfgenamen en hun ex-echtgenoten ter uitvoering van de verdeling en levering,
3.3.
bepaalt dat de erfdelen van de onbekende erfgenamen op grond van artikel 4:226 lid 2 jo Pro. 3:302 BW door de vereffenaar moeten worden afgegeven aan de Staat, binnen een maand na dit vonnis,
3.4.
bepaalt dat de gescheiden erfgenamen en hun ex-echtgenoten binnen een maand na het wijzen van dit vonnis aan de vereffenaar moeten doorgeven of en zo ja welke afspraken in het kader van de echtscheiding gemaakt zijn over de uitkering van het erfdeel, waardoor duidelijk wordt aan wie de vereffenaar welk percentage van het erfdeel bevrijdend kan betalen,
3.5.
bepaalt dat de erfdelen van de gescheiden erfgenamen ter zake waarvan binnen een maand na het wijzen van het vonnis in deze procedure geen schriftelijke eenduidige instructie door de gewezen echtgenoten aan de vereffenaar is verstrekt waaruit blijkt aan wie de vereffenaar bevrijdend kan betalen, door de vereffenaar 50-50 aan beide ex-echtgenoten moet worden uitgekeerd,
3.6.
veroordeelt de ex-echtgenoten, voor zover nodig, tot het verlenen van alle noodzakelijke medewerking aan de verdeling van de nalatenschap overeenkomstig dit vonnis, binnen een maand na de datum van dit vonnis,
3.7.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt, waarbij de vereffenaar de door hem gemaakte kosten ten laste van de nalatenschap mag brengen.
3.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025. [1]

Voetnoten

1.type: mvda