ECLI:NL:RBZWB:2025:3885
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Triest
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige naar vader met aangepaste zorgregeling
De minderjarige heeft via de informele rechtsingang verzocht om zijn hoofdverblijfplaats te wijzigen naar zijn vader, omdat hij zich niet meer prettig voelt bij zijn moeder. Na eerdere aanhoudingen en gesprekken met de kinderrechter en ouders is vastgesteld dat het beter gaat met de minderjarige sinds hij bij zijn vader woont.
Tijdens de zitting op 3 juni 2025 is gebleken dat het contact met de moeder beperkt maar verbeterd is, en dat de minderjarige meer vrijheid wenst in het bepalen van contactmomenten met zijn moeder. De ouders en de Raad voor de Kinderbescherming hebben hun standpunten toegelicht, waarbij de vader het verzoek ondersteunt en de moeder meer contact wenst, maar ook begrip toont voor de wensen van de minderjarige.
De kinderrechter heeft op basis van artikel 1:253a juncto 1:377g BW ambtshalve de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld en een zorgregeling bepaald waarbij de minderjarige in principe op maandag- en donderdagavond bij de moeder eet, met flexibiliteit om zelf contactmomenten te bepalen. Tevens is afgesproken dat de minderjarige en moeder samen zijn slaapkamer gaan opknappen om het verblijf bij de moeder te verbeteren.
De beschikking is openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd, met een brief aan de minderjarige waarin de afspraken worden bevestigd en hem een fijne vakantie gewenst wordt.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt ambtshalve bij de vader vastgesteld met een aangepaste, flexibele zorgregeling bij de moeder.