Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op het beroep niet tijdig beslissen;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover dit ziet op de uitspraak op bezwaar van 4 maart 2025;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in het betalen van een dwangsom van € 1.442,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar om de wettelijke rente over dit bedrag aan belanghebbende te betalen, vanaf 25 april 2025 tot de dag waarop het gehele bedrag is betaald;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan belanghebbende;
- beslist dat voor zover de proceskostenvergoeding en het te vergoeden griffierecht niet tijdig worden betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan..