ECLI:NL:RBZWB:2025:3852

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
19 juni 2025
Zaaknummer
11582751 \ CV EXPL 25-1144
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met laatste kansovereenkomst

De huurder huurt sinds oktober 2023 een woning van Casade en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €1.840,88. Casade vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, alsmede betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en incassokosten.

De huurder erkent de schuld en geeft aan de woning te willen behouden. De kantonrechter constateert dat de huurder meerdere keren tekort is geschoten in de betalingsverplichtingen en dat de huurschuld zodanig is dat ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd zijn.

Tegelijkertijd biedt Casade een laatste kansovereenkomst aan, waarbij de huurder de woning kan behouden indien hij zijn betalingsafspraken nakomt. De rechtbank veroordeelt de huurder tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, en tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, tenzij de laatste kansovereenkomst wordt geaccepteerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de achterstallige huur, met een laatste kansovereenkomst aangeboden door verhuurder.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11582751 \ CV EXPL 25-1144
Vonnis van 18 juni 2025
in de zaak van
Stichting Casade
statutair gevestigd te Waalwijk, kantoorhoudend te Kaatsheuvel
eisende partij
hierna te noemen: Casade
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[huurder]
wonend te [plaats]
gedaagde partij
hierna te noemen: [huurder]
procederend in persoon

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 maart 2025;
- de e-mail van Casade van 9 mei 2025;
- de mondelinge behandeling van de zaak op 16 mei 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Met ingang van 2 oktober 2023 huurt [huurder] van Casade de woning aan het [adres] .
2.2.
De huurprijs, vermeerderd met een vergoeding voor servicekosten, bedraagt op dit moment € 460,22 per maand. Dat bedrag dient vóór de eerste dag van de betreffende maand aan Casade te zijn betaald.
2.3.
[huurder] heeft een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.
2.4.
Op 24 februari 2025 heeft Casade aan het College van B&W van de gemeente Waalwijk melding gedaan van de betalingsachterstand (een zogenoemde vroegsignalering).
3. Het geschil
3.1.
Casade vordert bij dagvaarding om bij vonnis, voor zover wettelijk geoorloofd uitvoerbaar bij voorraad:
I. de tussen haar en [huurder] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning en al wat daarbij hoort aan het [adres] te ontbinden en [huurder] te veroordelen deze woning binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis te ontruimen en ter beschikking van Casade te stellen;
II. [huurder] te veroordelen om aan Casade te betalen het bedrag van € 1.464,19, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.380,66 vanaf de dag van dagvaarding en met € 460,22 per maand voor iedere maand vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van de ontruiming;
III. [huurder] te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
[huurder] voert verweer. Hij wil in de woning blijven wonen.

4.De beoordeling

4.1.
In de op 4 maart 2025 uitgebrachte dagvaarding vorderde Casade onder andere betaling van de huurprijs voor de maanden december 2024, februari 2025 en maart 2025 van in totaal € 1.380,66. Een week voor de mondelinge behandeling bracht zij nog een overzicht in het geding van de volgens haar administratie op 8 mei 2025 bestaande huurachterstand. Die was met een huurtermijn verhoogd tot € 1.840,88.
4.2.
Ter zitting erkende [huurder] dat hij dat bedrag van € 1.840,88 nog aan Casade verschuldigd is. Deze achterstand is ontstaan nadat verschillende keren door hem overgemaakte bedragen door de bank werden teruggestort omdat hij op zijn rekening onvoldoende saldo had.
4.3.
De kantonrechter stelt vast dat [huurder] meerdere keren tekort is geschoten in de nakoming van zijn (betalings-)verplichtingen uit de huurovereenkomst. Inmiddels heeft de huurschuld een zodanige omvang dat Casade [huurder] niet langer in het genot van het gehuurde behoeft te laten. De huurovereenkomst zal dan ook worden ontbonden en [huurder] zal worden veroordeeld om de woning te ontruimen.
4.4.
Dit hoeft echter niet te betekenen dat [huurder] onmiddellijk op zoek moet naar andere woonruimte. De ter zitting aanwezige vertegenwoordiger van Casade verklaarde dat [huurder] niet tot ontruiming van het gehuurde hoeft over te gaan wanneer hij een zogeheten laatste kans overeenkomst aanvaardt. Casade weet dat [huurder] sinds enkele weken betaald werk heeft en dat de gemeente aan hem hulp biedt bij het verkrijgen van een aanvullende uitkering. Casade zal zich conformeren aan de afspraken die de gemeentelijke hulpverlening met [huurder] maakt, aldus deze vertegenwoordiger.
4.5.
[huurder] krijgt van Casade dus een laatste kans om de woning te behouden. Hij zal daarbij nog wel de achterstallige huur moeten voldoen. Op de vordering van Casade zal [huurder] worden veroordeeld tot betaling van die € 1.840,88, alsmede verdere huurtermijnen na 31 mei 2025. De over drie huurtermijnen gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar. [huurder] heeft tegen dit onderdeel van de vorderingen geen verweer gevoerd.
4.6.
[huurder] betwist verder niet dat hij voorafgaande aan deze procedure meerdere keren door Casade werd aangemaand om achterstallige huur te betalen. Voor deze werkzaam-heden vordert Casade een vergoeding van € 83,53, inclusief btw. In haar sommatie van
6 februari 2025 heeft Casade aangekondigd dat zij bij het uitblijven van tijdige betaling van de huurtermijn op die vergoeding voor buitengerechte incassowerkzaamheden aanspraak zou maken. De vergoeding is berekend overeenkomstig de staffel in artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en zal eveneens worden toegewezen.
4.7.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Casade worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten x € 204,00)
Totaal
893,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt met ingang van de dag na vandaag de huurovereenkomst tussen partijen die betrekking heeft op de woning c.a. staande en gelegen te [adres] ;
5.2.
veroordeelt [huurder] om die woning met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover die laatste niet het eigendom van Casade zijn, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen, en met afgifte van de sleutels de woning ter vrije en algehele beschikking van Casade te stellen;
5.3.
veroordeelt [huurder] om ter zake van de tot en met de maand mei 2025 achterstallige huur aan Casade een bedrag van € 1.840,88 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.380,66 vanaf 4 maart 2025 tot de dag van volledige betaling van dat bedrag;
5.4.
veroordeelt [huurder] tot betaling van € 460,22 per maand voor iedere maand na
31 mei 2025 tot aan de dag van de ontruiming van het gehuurde door [huurder] ;
5.5.
veroordeelt [huurder] om ter vergoeding van gemaakte van buitengerechtelijke kosten aan Casade te betalen een bedrag van € 83,53;
5.6.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 893,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening wanneer [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het eventueel meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.