Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(gemachtigde: [gemachtigde])
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker stelde op 12 juni 2024 beroep in tegen een uitspraak op bezwaar van 16 mei 2024 waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg nam het bezwaar op 2 oktober 2024 alsnog in behandeling, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om de heffingsambtenaar te veroordelen tot betaling van proceskosten. Omdat de heffingsambtenaar aan verzoeker was tegemoetgekomen door het bezwaar alsnog te behandelen, wees de rechtbank het verzoek toe.
De proceskostenvergoeding bedraagt €907,-, bestaande uit de kosten van het ingediende beroepschrift. Daarnaast is de heffingsambtenaar verplicht het griffierecht van €51,- te vergoeden, hetgeen reeds is toegezegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 16 juni 2025.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten aan verzoeker.