Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
waarvan hij, verdachte, en zijn mededader, ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meer
- jerrycans,
- vaten,
- verpakkingen met daarin aceton, ammonia, zoutzuur en procaïne,
- gasmaskers,
- kookplaten,
- ventilatoren,
- ketels,
- gripzakken en
- maatbekers.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van dertig (30) maanden, waarvan tien (10) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
• Ambulante behandelingVerdachte laat zich behandelen door [kliniek] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
• DagbestedingVerdachte spant zich (op termijn) in voor het vinden en behouden van betaald werk en/of onbetaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
• Meewerken aan schuldhulpverleningVerdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meer
- jerrycans,
- vaten,
- verpakkingen met daarin aceton, ammonia, zoutzuur en/of procaïne,
- gasmaskers,
- kookplaten,
- ventilatoren,
- ketels,
- gripzakken en/of
- maatbekers.
(Art. 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art. 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht.)