ECLI:NL:RBZWB:2025:363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Phillips
- Rechtspraak.nl
Minderjarige niet-ontvankelijk in verzoek om vervangende toestemming voor trainingskamp buitenland
De minderjarige, met gezamenlijke gezagsouders, verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen om deel te nemen aan een wielertrainingskamp in het buitenland, omdat de vader geen toestemming gaf. De ouders zijn gescheiden en hebben een moeizame relatie, waarbij de contactregeling met de vader is gestopt. De moeder ondersteunt de wens van de minderjarige, terwijl de vader bezorgd is over haar jonge leeftijd, eerdere suïcidale gedachten en de risico's van wielrennen in het buitenland.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde vervangende toestemming te verlenen gezien de passie van de minderjarige en de situatie tussen de ouders, maar benadrukte ook de noodzaak van nader onderzoek en communicatie tussen ouders. De kinderrechter oordeelde dat de wet (artikel 1:377g BW) geen rechtsingang biedt voor minderjarigen om vervangende toestemming te vragen voor reizen naar het buitenland.
Daarom werd de minderjarige niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De kinderrechter stuurde een uitgebreide brief aan de minderjarige met uitleg over de beslissing en moedigde haar aan haar passie voor wielrennen voort te zetten. De ouders zullen zelf een beslissing moeten nemen of een andere procedure starten.
Uitkomst: De minderjarige wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om vervangende toestemming voor het trainingskamp in het buitenland.