ECLI:NL:RBZWB:2025:362
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Phillips
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarigen afgewezen wegens ontbreken ontwikkelingsbedreiging
De vader verzocht de kinderrechter om zijn twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen van Stichting Jeugdbescherming Brabant vanwege zorgen over hun welzijn, waaronder suïcidale gedachten en loyaliteitsconflicten binnen het gezin. De kinderen wonen bij de moeder en er is een contactregeling met de vader, waarbij het contact met een van de kinderen al langere tijd ontbreekt.
De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming betoogden dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging en dat hulpverlening in het vrijwillig kader voldoende wordt geaccepteerd. De Raad zag geen aanleiding voor een verzoek tot ondertoezichtstelling en ook hulpverleningsinstanties hadden geen zorgen gemeld.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling niet zijn vervuld. Er is onvoldoende bewijs dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat ouders geen hulpverlening accepteren. De rechter benadrukte het belang van vrijwillige hulpverlening en het vermijden van gedwongen inmenging in het gezinsleven.
Daarom wees de kinderrechter het verzoek van de vader af en besloot dat de ouders eerst de kans moeten krijgen om samen met hulpverlening de situatie te verbeteren. De beschikking werd op 24 januari 2025 uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ontwikkelingsbedreiging en het accepteren van vrijwillige hulpverlening door de ouders.