Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
mogelijk[verdachte] en [medeverdachte 3] , maar nu van ‘mogelijk’ wordt gesproken, de aangifte summier is en daarin niet eenzelfde modus operandi zoals bij de feiten gepleegd bij de [winkel 1] is te herkennen, kan naar het oordeel van de rechtbank enkel worden bewezen dat [medeverdachte 1] de diefstal met anderen heeft gepleegd, maar niet dat [verdachte] een van deze personen betrof.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 5 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 195 dagen;