ECLI:NL:RBZWB:2025:3506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na afzeggen spreekuren met meerdere zorgvuldigheidsgebreken
Eiseres maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering door het UWV, omdat zij niet was verschenen op geplande spreekuren bij een verzekeringsarts. Het UWV beëindigde de uitkering met terugwerkende kracht, stellende dat eiseres geen geldige reden had voor haar afwezigheid en geen medische onderbouwing had geleverd.
De rechtbank constateerde dat eiseres de afspraken vooraf had afgezegd en dat de communicatie hierover onduidelijk was door summiere belgegevens van het UWV. Hoewel de verklaring van eiseres over haar afwezigheid inconsistent was, achtte de rechtbank het aannemelijk dat zij wegens een val en medicijngebruik niet in staat was om op een zinvolle wijze deel te nemen aan de spreekuren. Er was geen aanwijzing voor onwil, maar eerder sprake van onmacht.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door zonder waarschuwing of opschorting de uitkering volledig en met terugwerkende kracht te beëindigen. Ook was het spreekuur in de bezwaarprocedure ten onrechte telefonisch gehouden, waardoor een volledig beeld van eiseres ontbrak. Het UWV had bovendien nagelaten te toetsen of dringende redenen bestonden om af te zien van beëindiging.
Gelet op deze gebreken vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en herroept zij het primaire besluit, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering ongedaan wordt gemaakt. Het UWV wordt tevens opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering en herroept het primaire besluit, waardoor de uitkering wordt hersteld.