ECLI:NL:RBZWB:2025:3496
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij handhavingsgeschil dakopbouw
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van hun handhavingsverzoek tegen een dakopbouw op de garage van de vergunninghouder. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen had het handhavingsverzoek eerder afgewezen en dat besluit in bezwaar gehandhaafd.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hierbij wordt overwogen dat bij financiële geschillen, zoals schadevergoeding, doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, omdat een vergoeding achteraf mogelijk is. Daarnaast is er geen sprake van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
De door verzoekers aangevoerde overlast en het vermeende brandgevaar zijn onvoldoende concreet onderbouwd. Bovendien lijken de problemen vooral veroorzaakt te worden door activiteiten in de garage onder de dakopbouw, die niet direct stoppen bij een voorlopige voorziening. Het verzoek om een snelle uitspraak wordt erkend, maar is onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier op 6 juni 2025 en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.