ECLI:NL:RBZWB:2025:3491
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Voortzetting van de ISD-maatregel ondanks verzoek tot opheffing in laatste levensfase
Aan veroordeelde is een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar, waarvan op 22 mei 2025 een tussentijdse beoordeling plaatsvond. De verdediging verzocht om opheffing of voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, met het oog op de laatste levensfase van de veroordeelde en diens wens om afscheid te nemen van familie en vrienden.
Tijdens de zitting werd een evaluatierapport besproken waarin werd geadviseerd de ISD-maatregel voort te zetten. De deskundige gaf aan dat een mogelijke plaatsing bij een woonvoorziening nog moet worden beslist, waarbij die instelling alleen plaatsing overweegt als de forensische titel blijft bestaan.
De officier van justitie verzette zich tegen opheffing of opschorting van de maatregel. De rechtbank oordeelde dat het verblijf bij vrienden onvoldoende concreet was en dat een verblijf buiten de regio vanwege de medische behandeling niet wenselijk is. De rechtbank achtte het noodzakelijk dat de structuur van de ISD-maatregel wordt voortgezet, ook in de laatste levensfase, en ging ervan uit dat plaatsing in een geschikte woonvoorziening of hospice mogelijk is.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot opheffing en voorwaardelijke beëindiging af en besloot de voortzetting van de ISD-maatregel als vereist te handhaven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing en voorwaardelijke beëindiging van de ISD-maatregel af en besluit tot voortzetting van de maatregel.