Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college
3.e belanghebbende, [vergunninghouder] , uit [plaats] , vergunninghouder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Voor de hoorzitting hebben zowel verweerder als vergunninghouder te laat stukken ingediend en toch is de hoorzitting niet verdaagd.
- De aanvraag was niet volledig.
- De commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) heeft onvoldoende gemotiveerd dat “geen sprake is van een onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van het pand”. Het advies over besluit I kan voorts geen stand houden omdat over besluit II een nieuw advies is uitgebracht.
- Er wordt wel afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden omdat de bouwmassa en de bouwkundige kenmerken niet meer in verhouding zijn met het gebouw.
- In de bouwtekeningen bij besluit II zijn in de zijgevel nog steeds twee rechthoekige ramen te zien in plaats van de ronde ramen.
- Dat volgens het bestemmingplan het perceel voor 75% mag worden volgebouwd, leidt ertoe dat de leefbaarheid van omliggende percelen wordt aangetast. Eiser verzoekt dit recht te zetten.
- Eiser is niet bekend met alle criteria en verzoekt de rechtbank alle criteria te beoordelen.
- Het bestreden besluit is in strijd met het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
- Tot slot verzoekt eiser om een veroordeling in de proceskosten in beroep, waaronder verletkosten, vergoeding van het griffierecht en een vergoeding voor het overschrijding van de redelijke termijn.
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond,
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van immateriële schade aan eiser van € 500,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden.