Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 23 maart 2022 in Tilburg. Betrokkene stelde dat de kaart wel aanwezig en geldig was, maar niet goed zichtbaar achter de voorruit lag.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar verzocht matiging tot €30,- omdat de geldigheid van de kaart niet kon worden gecontroleerd. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat, aangezien de kaart niet duidelijk zichtbaar was geplaatst, waardoor de verbalisant de geldigheid niet kon verifiëren.
Gezien de aanwezigheid van een geldige kaart matigde de kantonrechter de boete tot €30,- plus €9,- administratiekosten. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde zekerheid en tot vergoeding van de proceskosten van €453,50.
Uitkomst: De boete voor het parkeren zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart is gematigd tot €30,- en de proceskosten worden vergoed.