Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden met 23 km per uur boven de toegestane maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op de Bernhardstraat te Sprang-Capelle op 3 april 2023. Betrokkene erkent de overtreding, maar voert aan dat sprake was van een noodtoestand omdat haar zoon een paniekaanval kreeg en zij met spoed naar hem toe moest rijden. Tevens stelt zij dat de verkeersborden onvoldoende zichtbaar waren en dat haar financiële situatie het betalen van de boete bemoeilijkt.
De kantonrechter stelt vast dat de gedraging voldoende is bewezen op basis van de verklaring van de verbalisant en fotomateriaal. Er zijn geen concrete feiten die twijfel aan de juistheid van de vaststelling rechtvaardigen. Het beroep op overmacht wordt niet aanvaard omdat de verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden continu geldt.
Hoewel betrokkene de zekerheidstelling niet kon betalen, werd deze op nihil gesteld. De kantonrechter ziet geen reden om de boete te matigen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan op 2 mei 2025 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.