ECLI:NL:RBZWB:2025:343
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling uiterste datum voor indienen vorderingen in nalatenschap
In deze beschikking van 10 januari 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek van de vereffenaar behandeld betreffende het vaststellen van een uiterste datum voor het indienen van vorderingen door schuldeisers in de nalatenschap van de overledene.
De vereffenaar, benoemd bij beschikking van 21 november 2024, had verzocht om een termijn vast te stellen waarbinnen schuldeisers hun vorderingen moeten indienen. De kantonrechter oordeelde dat een termijn van circa drie maanden na de oproeping voldoende is en stelde daarom 10 april 2025 als uiterste datum vast.
Daarnaast is bepaald dat de oproeping van schuldeisers op dezelfde wijze moet plaatsvinden als de bekendmaking van de benoeming van de vereffenaar, namelijk via publicatie in de Staatscourant. Deze maatregel waarborgt dat schuldeisers tijdig en op passende wijze worden geïnformeerd over het indienen van hun vorderingen.
De beschikking is uitgesproken in een openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier en is bindend voor de vereffenaar en schuldeisers.
Uitkomst: De uiterste datum voor het indienen van vorderingen in de nalatenschap is vastgesteld op 10 april 2025, met oproeping via de Staatscourant.