ECLI:NL:RBZWB:2025:3412
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen
Verzoekster heeft een beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar van 31 juli 2024. Zij trok dit beroep in nadat de minister op 3 december 2024 alsnog een beslissing op bezwaar had genomen.
De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoekster beoordeeld om de minister te veroordelen in de proceskosten. De minister heeft verweer gevoerd dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen pas was ingesteld nadat al een beslissing op bezwaar was genomen, waardoor het beroep niet ontvankelijk zou zijn.
De rechtbank concludeert dat op het moment van het indienen van het beroepschrift op 5 december 2024 geen sprake meer was van niet tijdig beslissen. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk en is er geen sprake van tegemoetkoming aan het beroep. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 juni 2025 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep tegen niet tijdig beslissen niet ontvankelijk was.