Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
11429928 \ MB VERZ 24-1646
6062 5422 5890 3859
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg twee verkeersboetes opgelegd wegens het ontbreken van een keuringsbewijs en het niet afsluiten van een vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Hij stelde dat het voertuig al in 2021 was verkocht en dat de boetes onterecht aan hem werden opgelegd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene bij de kantonrechter in beroep ging.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat door een fout bij de overschrijving het voertuig nog op zijn naam stond en dat hij het nieuwe adres van de koper niet kon achterhalen. Hij had betalingsproblemen en raakte door de opeenstapeling van boetes in financiële moeilijkheden, maar is inmiddels een betalingsregeling gestart. De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen vaststaan en dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is, ook al is de verkoop niet bewezen met documenten.
De rechtbank matigde de boetes vanwege de cumulatie en hoogte van de sancties en bepaalde dat de opgelegde verhogingen vervallen. De boete voor het ontbreken van het keuringsbewijs werd gehalveerd, de boete voor het ontbreken van verzekering werd gematigd tot €100 plus administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald.
Uitkomst: De boetes worden gedeeltelijk gematigd en de opgelegde verhogingen worden ongedaan gemaakt.