ECLI:NL:RBZWB:2025:3231

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
11024736 MB VERZ 24-422
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens vasthouden mobiel apparaat niet vastgesteld

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A27 te Oosterhout op 9 september 2022. Betrokkene stelde dat zij de gedraging niet had verricht en verwees naar wettelijke bepalingen en instructies die niet waren nageleefd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat uit een foto bleek dat een mobiele telefoon werd vastgehouden.

Tijdens de zitting op 8 april 2025 stelde de kantonrechter vast dat uit de foto’s onvoldoende duidelijk bleek dat betrokkene iets vasthield; de vingers leken om het stuur te zitten. Hierdoor kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel en werd geoordeeld dat de boete ten onrechte was opgelegd.

De kantonrechter vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, beval terugbetaling van de betaalde zekerheid en kende een proceskostenvergoeding toe van €1.230,50. Het beroep werd gegrond verklaard en hoger beroep is uitgesloten.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene een mobiel apparaat vasthield.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11024736 \ MB VERZ 24-422
CJIB-nummer : 2062 5422 5269 9350
uitspraakdatum : 8 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A27 (rechts) te Oosterhout op 9 september 2022 om 17:14 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde verwijst naar art. 61a RVV en het feitenboekje en de Instructie Politie en stelt dat niet aan alle bestanddelen en eisen is voldaan. Verder is geen mobiel elektronisch apparaat vastgehouden. Dit blijkt ook niet uit de foto. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene bij de ontkenning blijft dat zij geen mobiele telefoon heef vastgehouden, waardoor de boete vernietigd dient te worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de foto blijkt dat een mobiele telefoon voor het stuur wordt vastgehouden. Ook is als naar de telefoon gekeken wordt volgens de zittingsvertegenwoordiger te zien dat die zich aan de zijde van het stuur bevindt, waardoor niet aannemelijk is dat die in een telefoonhouder zat. Gelet hierop is het beroep inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat de foto’s in het dossier de kantonrechter aanleiding geven om te twijfelen, nu daaruit niet duidelijk blijkt dat betrokkene iets vastheeft. Het lijkt er eerder op dat de vingers om het stuur zitten. Om die reden krijgt betrokkene het voordeel van de twijfel.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 359,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: