Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd voor het parkeren van een scooter buiten de door het college aangewezen gebieden op 20 april 2024 te Breda. Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete, stellende dat het beëindigen van de huuractie via de app niet mogelijk was en dat hij daarom genoodzaakt was de scooter op die plek te parkeren.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd aangevoerd dat de app aangaf dat het parkeren op die locatie was toegestaan, maar de vertegenwoordigers van het college stelden dat de gemeentelijke regelgeving en zoneborden doorslaggevend zijn en dat de app niet exact kan bepalen of een locatie binnen een toegestane zone valt.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en het dossier voldoende blijkt dat de scooter buiten de toegestane zones was geparkeerd. Betrokkene erkende dit feitelijk, maar beriep zich op de app, wat volgens de rechter niet doorslaggevend is. De boete werd terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. De app is slechts een hulpmiddel en het risico van vertrouwen daarop komt voor rekening van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.