Eiseres en gedaagde hadden een relatie en eiseres verstrekte tweemaal geld aan gedaagde. Daarnaast bracht eiseres haar Rolex horloge bij gedaagde ter bewaring. Na beëindiging van de relatie ontstond discussie over terugbetaling van €3.500 en teruggave van het horloge.
Eiseres stelde dat sprake was van een geldleningsovereenkomst en dat gedaagde de lening niet had terugbetaald. Gedaagde betwistte dit en stelde slechts €3.000 contant te hebben terugbetaald en dat de toezeggingen niet als erkenning van schuld moesten gelden.
De kantonrechter oordeelde dat uit WhatsApp-berichten en geluidsfragmenten blijkt dat gedaagde €3.500 heeft geleend en moest terugbetalen. Gedaagde kon de contante betaling niet aantonen. Teruggave van het horloge werd niet bewezen, waardoor gedaagde de waarde van €15.000 moest vergoeden.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal €18.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 november 2023, en tot betaling van proceskosten van €1.034. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.