Uitspraak
1.[verhuurder 1],
2.
[verhuurder 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder had een stacaravan gehuurd van de verhuurders voor € 500 per maand en liet vier maanden huur onbetaald. De verhuurders vorderden betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en incassokosten, alsmede proceskosten. De huurder betwistte de achterstand en stelde dat een vriend een maand huur contant had betaald en dat er mondeling afspraken waren gemaakt over uitstel van betaling vanwege de staat van de caravan.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst was ingegaan op 15 oktober 2023 en dat de huurder tussen 24 en 27 februari 2024 was vertrokken. Op basis van WhatsApp-berichten en verklaringen van verhuurders werd vastgesteld dat de huurder verplicht was huur te betalen tot 15 maart 2024. De stellingen van de huurder over betaling en mondelinge afspraken werden niet onderbouwd en door verhuurders gemotiveerd betwist.
De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een huurachterstand van vier maanden en veroordeelde de huurder tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van vier maanden huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.