Belanghebbende werd voor het jaar 2022 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, samen met een verzuimboete van €385 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte.
De inspecteur had belanghebbende uitgenodigd en uitstel verleend tot 1 september 2023, gevolgd door een aanmaning tot 6 november 2023. Belanghebbende diende de aangifte pas op 14 februari 2024 in. De rechtbank oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat de aangifte niet binnen de gestelde termijn is ingediend.
Belanghebbende voerde aan dat hij vanwege detentie geen post kon ontvangen en dus geen schuld had. De rechtbank verwierp dit beroep op afwezigheid van alle schuld (avas), omdat belanghebbende maatregelen had moeten treffen om tijdig op de hoogte te zijn en de aangifte te laten indienen.
De rechtbank acht de boete passend en geboden, ondanks het beperkte inkomen van belanghebbende, omdat hij voldoende banktegoed heeft om de boete te voldoen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de boete blijft in stand en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.