Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers verhuren sinds 2007 een bedrijfsruimte aan gedaagde die een damesmodezaak exploiteert. Eisers vorderen betaling van een huurachterstand van €7.000, incassokosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
Gedaagde betwist de huurachterstand en ontbinding, verwijzend naar een vermeende coronakorting van €6.760 en stelt dat zij de huur volledig heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat de coronakorting niet is komen vast te staan omdat gedaagde haar bewijsaanbod introk.
De huurachterstand en structurele betalingsachterstand sinds 2015 rechtvaardigen ontbinding. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, en maandelijkse huur vanaf 1 april 2025 tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening. De gevorderde machtiging voor gedwongen ontruiming met sterke arm wordt afgewezen omdat dit exclusief aan de deurwaarder toekomt.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, maandelijkse huur tot ontruiming en proceskosten.