De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 april 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1947. Betrokkene ontkende een psychische stoornis en stelde geen zorg nodig te hebben, terwijl een psychiater en OGGZ-zorgverlener rapporteerden over een langdurige waanstoornis met paranoïde kenmerken die leidt tot overlast en vernieling.
De psychiater gaf aan dat ambulante zorg twijfelachtig is en opname met medicatie gewenst is. De OGGZ-zorgverlener bevestigde de noodzaak van verplichte zorg om de wanen te doen afnemen en de overlast te verminderen. De wijkagent meldde meldingen van nachtelijk schreeuwen en bedreigend gedrag richting buren, ondersteund door camerabeelden.
De advocaat van betrokkene betwistte de diagnose en het ernstig nadeel, wijzend op slechthorendheid en het ontbreken van recent agressief gedrag. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat het gedrag ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder psychische en materiële schade en gevaar voor veiligheid.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid, met opname als mogelijk vervolg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden tot 25 oktober 2025.