Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:2953

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
C/02/433818 / FA RK 25-1722
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging toegekend voor betrokkene, geboren in 1998, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen gecombineerd met middelengerelateerde en verslavingsstoornissen.

Betrokkene ondervindt periodes van psychotische decompensatie met stemmen in haar hoofd en verhoogd blowen, waarbij zij het contact met zorgverleners afhoudt en zichzelf verwaarloost. Dit leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De psychiater en casemanager bevestigen de noodzaak van verplichte zorg om tijdig in te kunnen grijpen en betrokkene te stabiliseren.

De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg onvoldoende is omdat betrokkene zich tijdens crises aan zorg onttrekt. De toegewezen verplichte zorg omvat medicatietoediening, beperkingen in vrijheid, opname in een accommodatie, medische controles en bewegingsbeperkingen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de maatregelen zijn evenredig en effectief.

De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden tot 25 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel en weigering van vrijwillige zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/433818 / FA RK 25-1722
Datum uitspraak: 25 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , [land] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. H.M.S. Cremers te 's-Hertogenbosch.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 april 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 april 2025 te [plaats] , [accommodatie] , [locatie] .
Tijdens de zitting zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [naam 1] , casemanager;
  • mevrouw [naam 2] , psychiater.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft op 7 juni 2024 een zorgmachtiging voor betrokkene verleend tot en met 7 juni 2025.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

4.De standpunten

4.1
Betrokkene merkt op dat zij periodes kent, waarin zij psychotisch decompenseert. Zij heeft dan last van oplopende energie en van stemmen in haar hoofd. Hoewel zij op die momenten nadrukkelijk hulp en zorg nodig heeft is zij geneigd om zich daar op die momenten juist aan te onttrekken. Ook kan zij nog steeds niet goed tegen drukte. Wel is zij beter in staat om wat er zich tijdens psychotische momenten in haar hoofd afspeelt bespreekbaar te maken. Ook hoopt zij opnieuw weer fijne momenten te kunnen beleven bij de groentekwekerij, waar zij eerder in het kader van dagbesteding gewerkt heeft. Zij vraagt dan ook om toewijzing van het verzoek.
4.2
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene haar situatie goed heeft verwoord. Zij wijst erop dat wanneer betrokkene een periode van psychotische decompensatie doormaakt, zij opnieuw last krijgt van stemmen die haar opdrachten geven en dat zij vaker gaat blowen. Ook houdt zij dan het contact met de zorg en hulpverlening af en trekt zij zich steeds verder terug, met als gevolg dat zij zichzelf verwaarloost, zij niet meer toekomt aan haar dagelijkse taken en zij kwetsbaar wordt in het contact met mannen, waarbij zij niet langer in staat is haar eigen grenzen te bewaken. Ook is in vergelijkbare situaties gebleken van verwarde en suïcidale uitspraken door betrokkene en van door haar ondernomen impulsieve acties, zoals uit een raam springen. Om ervoor te zorgen dat in voorkomende situaties, zoals hiervóór beschreven, tijdig kan worden ingegrepen door middel van een tijdelijke opname om betrokkene opnieuw op medicatie in te stellen en te stabiliseren acht zij verplichte zorg nog noodzakelijk.
4.3
De casemanager sluit zich aan bij hetgeen door de psychiater naar voren is gebracht.
4.4
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar cliënte om de door haar genoemde redenen om toewijzing van het verzoek vraagt. Zij sluit zich aan bij het door haar cliënt ingenomen standpunt. Dit betekent dat zij zich ten aanzien van het verzoek wenst te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is op grond van de inhoud van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, bestaande uit schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelengerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag dat voortvloeit uit deze psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene kent nog steeds momenten, waarop zij psychotisch decompenseert. Zij heeft dan last van stemmen in haar hoofd die haar opdrachten geven en zij gaat vaker blowen. Ook houdt zij vervolgens het contact met de zorg en hulpverlening af, verwaarloost zij haar zelfzorg, wordt zij kwetsbaar in het contact met mannen, doet zij verwarde en suïcidale uitspraken en onderneemt zij impulsieve risicovolle acties. Dit bij elkaar maakt dat het risico op ernstig nadeel, als hiervóór beschreven, nog steeds aanwezig is.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat ter voorkoming van ernstig nadeel zorg in een vrijwillig kader niet volstaat, omdat betrokkene tijdens situaties, waarin van (dreigende) decompensatie sprake is, het contact met de zorg en hulpverlening afhoudt. Betrokkene heeft dit als zodanig mondeling ter zitting bevestigd. Verplichte zorg is daarom nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het onderhouden van contact met het ambulante team;
- opnemen in een accommodatie.
Gebleken is tenslotte dat voor andere vormen van verplichte zorg geen noodzaak bestaat, zodat andere dan de hiervóór genoemde vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de verzochte periode van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , [land] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 5.6 kunnen worden getroffen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025 door mr. T.N.E. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van A.M.M. Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 mei 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.