Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2: als beginnend bestuurder een personenauto heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van alcohol.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (Volkswagen
Polo), daarmede rijdende over de weg, de Elleboog , zich zodanig heeft gedragen dat
een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos,
- terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol
van 50 km per uur, te weten ongeveer 122 km per uur en
- niet voortdurend het door
hem bestuurde voertuig onder controle te houden en
- onvoldoende zijn snelheid te minderen en/of aan te passen bij het naderen van
een bocht naar links en vervolgens in de rechterberm is geraakt en aldaar een
boom heeft geschampt en vervolgens tegen een volgende boom is gebotst,
(genaamd [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel werd
toegebracht, te weten meerdere botbreuken,
terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde, lid van de Wegenverkeerswet 1994,;
op 25 augustus 2024 te Breda, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd
na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed
bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de
Wegenverkeerswet 1994, 0,64 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram,
alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat
motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert
de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde
een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt, dan wel zijnde een datum
waarop hij de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en waarop hem voor het eerst
een rijbewijs van categorie B is afgegeven.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waarbij een ander wordt gedood en een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, derde lid van deze wet;
overtreding van artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994;
een gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;