Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser 4], uit [plaats] , eisers
Alticom B.V.uit ’s-Gravenhage (vergunninghoudster).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een 39,9 meter hoge communicatiemast ten behoeve van het GSM-R netwerk nabij een woongebied in [plaats]. Eisers stelden beroep in tegen deze vergunning en de daaropvolgende bestreden besluiten waarin hun bezwaren ongegrond werden verklaard.
De rechtbank behandelde de zaak en stelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de vergunning in overeenstemming was met de locatiecriteria en de gebiedsspecifieke criteria van het gemeentelijk plaatsingsbeleid voor masten en antennes. Het college diende een aanvullende motivering in waarop eisers schriftelijk reageerden.
De rechtbank oordeelde dat het college met de aanvullende motivering voldeed aan de locatiecriteria en dat het zoekgebied correct was vastgesteld. Hoewel niet aan alle gebiedsspecifieke criteria werd voldaan, was de plaatsing noodzakelijk om witte vlekken in de dekking te voorkomen en waren er geen alternatieven binnen het zoekgebied. Eisers hadden onvoldoende tegenbewijs geleverd.
De rechtbank concludeerde dat het college de vergunning in redelijkheid kon verlenen en dat het algemeen belang van een dekkend communicatienetwerk voor de veiligheid op het spoor zwaarder woog dan de belangen van omwonenden. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat het college de gebreken had hersteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van één eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens onvoldoende motivering maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het college de gebreken heeft hersteld.