ECLI:NL:RBZWB:2025:2695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in bestuursrechtelijk beroep tegen kantonrechterlijk vonnis en gerechtsdeurwaardersbrief
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 mei 2025 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het vonnis van de kantonrechter en een brief van AGIN Timmermans gerechtsdeurwaarders. De rechtbank oordeelde dat zij onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen, omdat het bestuursrechtelijk beroep tegen het vonnis van de kantonrechter uitsluitend bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch kan worden ingesteld.
Daarnaast werd geoordeeld dat de brief van AGIN geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling van een bestuursorgaan betreft en dus geen bestuursrechterlijke bevoegdheid oplevert. Voor geschillen over deze brief moet eiser zich tot de civiele rechter wenden.
De rechtbank gaf aan dat zij het beroepschrift niet kan doorzenden aan het gerechtshof of de civiele rechter, omdat deze procedures op andere wijze moeten worden ingeleid, namelijk via een dagvaarding. Eiser werd geadviseerd juridisch advies in te winnen bij het Juridisch Loket of een advocaat.
De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier M.H.A. de Graaf en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tevens is informatie verstrekt over de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het beroep af.