ECLI:NL:RBZWB:2025:2693
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV wegens niet tijdig beslissen herbeoordeling
Verzoekster diende op 10 december 2024 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek tot herbeoordeling van 4 november 2022. Het UWV nam op 4 februari 2025 alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk. De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling van het UWV en stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde uit dat het UWV verplicht is de proceskosten van verzoekster te vergoeden. De vergoeding bedraagt €453,50, omdat de zaak alleen ging over het niet tijdig nemen van een besluit en de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift had ingediend. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV ook het door verzoekster betaalde griffierecht van €371,- moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier J. Stevens op 8 mei 2025, zonder zitting. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.