De rechter-commissaris heeft op 17 april 2025 de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen wegens verdenking van zedenfeiten. De officier van justitie vorderde verlenging van de gevangenhouding voor 90 dagen. De rechtbank heeft het dossier bestudeerd, partijen gehoord en de verdediging verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank constateert dat de ernstige bezwaren en de gronden voor bewaring, zoals dwang en opzet, nog steeds aanwezig zijn. Verdachte, een bekende organist en hoofdagent binnen een gereformeerde gemeenschap, heeft aanzien en bekendheid. Uit verklaringen van slachtoffers, getuigen en chatberichten blijkt dat de slachtoffers kwetsbaar waren, mede door hun leeftijd en hun seksuele geaardheid in een streng gelovige omgeving, waardoor de verhouding niet gelijkwaardig was.
De rechtbank acht de kans op herhaling concreet en acuut. Het betreft een feit waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat en de rechtsorde is ernstig geschokt. Er is geen sprake van bijzonder zwaarwegende persoonlijke omstandigheden die vrijlating rechtvaardigen. Ook ontbreekt een reclasseringsadvies om de kans op herhaling te beperken. Verdachte heeft behoefte aan hulp, maar is nog niet behandeld. Daarom wordt de gevangenhouding met 90 dagen verlengd en worden verzoeken tot schorsing en opheffing afgewezen.