ECLI:NL:RBZWB:2025:2527
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens kwalitatieve verplichting op extra grond
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met extra grond waarop een kwalitatieve verplichting rust die het gebruik voor landbouw beperkt. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2023 vast op €790.000, maar erkende in de beroepsfase dat de extra grond te hoog was gewaardeerd omdat geen rekening was gehouden met de kwalitatieve verplichting.
De rechtbank behandelde het beroep op 12 maart 2025 en concludeerde dat de WOZ-waarde terecht moest worden verlaagd naar €593.000. Belanghebbende stemde in met de waardematrix van de heffingsambtenaar die een grondprijs van €1,25 per m2 hanteerde voor de extra grond.
Belanghebbende vroeg ook duidelijkheid over de waardering in de jaren 2012-2019, maar de rechtbank oordeelde dat zij daarover niet kan beslissen omdat alleen de beschikking voor 2023 aan de orde is. De aanslag OZB wordt dienovereenkomstig verlaagd.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 23 april 2025.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €593.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.