Uitspraak
[bedrijf 1],
[bedrijf 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De eiser heeft beveiligingswerkzaamheden verricht tijdens carnaval 2024 in opdracht van de gedaagde. Hiervoor stuurde eiser een factuur van €7.562,50, waarvan slechts €1.000,- door gedaagde is betaald. Het resterende bedrag van €6.562,50 bleef onbetaald.
Eiser vordert betaling van het openstaande bedrag, wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Gedaagde verscheen niet op de mondelinge behandeling en stelde zich op het standpunt dat de factuur gesplitst zou worden over twee bedrijven, hetgeen door eiser werd betwist.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de betalingsverplichting uit de overeenkomst niet is nagekomen. De factuur is op naam van het bedrijf van gedaagde gesteld, waardoor gedaagde als eigenaar verantwoordelijk is voor betaling. De gevorderde hoofdsom, rente en incassokosten worden toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.562,50, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.