ECLI:NL:RBZWB:2025:2371

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
10928029
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Lende-Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoldoende causaal verband tussen schade aan tussenbak BMW en geleverde banden

Eiser, eigenaar van een BMW X5 xDrive 40e, vordert vergoeding van schade aan de tussenbak die hij toeschrijft aan de door gedaagde geleverde en gemonteerde Vredestein Quatrac Pro all-season banden. Gedaagde betwist de ongeschiktheid van de banden en het causaal verband met de schade.

Na deskundigenonderzoek en rapportage blijkt dat het verschil in afrolomtrek tussen de banden niet onaanvaardbaar is en dat schade aan de tussenbak ook bij BMW-gehomologeerde banden voorkomt. Er is onvoldoende bewijs dat de banden van gedaagde de schade hebben veroorzaakt.

De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de tussenbakschade en diagnosekosten af wegens gebrek aan oorzakelijk verband. Wel wordt de koopprijs van de banden en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, met wettelijke rente vanaf de buitengerechtelijke ontbinding. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Gedaagde moet de bandenprijs, incassokosten en wettelijke rente betalen; schadevergoeding voor tussenbak wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10928029 \ CV EXPL 24-436
Vonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.C. van den Doel,
tegen
[gedaagde] B.V. H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B. van Leeuwen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 april 2024
- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde] van 7 januari 2025 met bijgevoegd een rapport van een deskundige met twee bijlagen
- de akte na deskundigenbericht van [eiser] van 22 januari 2025
- de akte na deskundigenbericht van [gedaagde] van 22 januari 2025.
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is eigenaar van een auto BMW X5 xDrive 40e. Dit is een vierwiel aangedreven auto. [gedaagde] is onder meer een specialist in autobanden. In juni 2022 heeft [eiser] bij [gedaagde] gevraagd of hij onder zijn auto all-season banden kon laten monteren. Na enig onderzoek heeft [gedaagde] hem meegedeeld dat all-season banden van het merk Vredestein, type Quatrac Pro geschikt zijn voor het type auto van [eiser] .
2.2.
Op 9 juni 2022 heeft [gedaagde] in opdracht van [eiser] twee achterbanden van dit merk en type onder de auto gemonteerd. Op 9 november 2022 heeft [gedaagde] twee voorbanden van dit merk en type onder de auto gemonteerd. De kosten bedroegen in totaal € 1.303,99 inclusief btw. De facturen zijn gesteld op naam van het bedrijf van [eiser] .
2.3.
Enkele maanden na het monteren van de voorbanden vertoonde de auto haperingen tijdens het wegrijden en accelereren. [eiser] is met deze klacht in mei 2023 naar BMW dealer [dealer] gegaan. Deze stelde vast dat de tussenbak, ook wel verdeelbak genoemd, onherstelbaar was beschadigd (hierna: de tussenbak). De tussenbak is onderdeel van de aandrijflijn en verbinding tussen de voor- en achterwielen.
2.4.
Op 13 juni 2023 heeft [dealer] aan het bedrijf van [eiser] een factuur gestuurd voor onder meer een rolomtrektest en vier nieuwe banden en een offerte voor de reparatie van de tussenbak.
2.5.
In juli 2023 heeft [naam 1] van [dealer] per e-mail aan [eiser] meegedeeld: ‘
de(kantonrechter: Quatrac Pro)
banden zijn compatible voor deze velg/BMW. Echter zijn het geen ster gemarkeerde banden die specifiek zijn vrijgegeven door BMW. All Season banden zijn überhaupt nooit vrijgegeven door BMW. Dit zijn altijd Zomer of winterbanden met een * (ster) markering.’ In een volgende e-mail heeft [naam 1] geschreven: ‘
Banden zonder een * markering zorgen ervoor dat het xDrive systeem te veel slip herkend, terwijl dit eigenlijk niet zo is, dan normaal. Hierdoor moet de verdeelbak constant en dus te veel werken waardoor er schade ontstaat.’ Op 20 oktober 2023 heeft [naam 2] , garantiespecialist bij [dealer] , schriftelijk verklaard: ‘
(…)dat het monteren van banden zonder BMW stermarkering kan leiden tot een defecte verdeelbak/aandrijflijn.
2.6.
[eiser] heeft zijn klacht over de banden midden juli 2023 bij [gedaagde] gemeld. [gedaagde] heeft op 13 juli 2023 van haar leverancier een certificaat van de banden gemonteerd bij eenzelfde BMW ontvangen. De leverancier schrijft daarbij: ‘
Ik zie geen reden waarom deze twee maten een tussenbakschade hebben veroorzaakt.’ Bij e-mail van 30 augustus 2023 schrijft hij: ‘
Naar onze mening kunnen de 275/40 R20 106 Y Quatrac Pro (op de vooras) en de 315/35 R20 110 Y Quatrac Pro (op de achteras) uitstekend gemonteerd worden op een BMW X5. Deze combinatie wordt al jaren veel gemonteerd onder dit model en tot grote tevredenheid van de gebruikers. Bij ons zijn er ook geen gevallen bekend dat het niet zou kunnen of mogen.’ Op 10 oktober 2023 schrijft hij: ‘
Tevens hebben wij de afrolomtrekken bekeken van beide bandenmaten (van nieuwe banden). Deze liggen heel nauw bij elkaar. Tevens hebben wij de Vredestein banden, die gemonteerd waren onder de BMW X5 van de heer [eiser] gemeten. Ook hier liggen de afrolomtrekken binnen de tolerantie. Dit kan nooit de schade hebben veroorzaakt aan de tussenbak. (…) Wat tevens goed is om te vermelden is, dat de betreffende combi-set eigenlijk alleen terug te vinden is als set voor de BMW X5 en X6. De Quatrac Pro is geïntroduceerd in 2019. Ondertussen zijn hiervan enorm veel banden verkocht zonder maar één melding van schade aan een tussenbak.
2.7.
Bij brief van 4 augustus 2023 heeft de gemachtigde van [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. [eiser] heeft de banden op 18 juli 2023 aan [gedaagde] teruggegeven. De leverancier van [gedaagde] heeft de banden na uitvoering van de afrolomtrektest vernietigd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan hem van
€ 7.056,44, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.868,09 vanaf datum dagvaarding (29 januari 2024) en [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[eiser] stelt dat [gedaagde] hem verkeerd heeft geadviseerd. De op haar advies geleverde en geplaatste banden bleken ongeschikt voor dit type auto en hebben geleid tot schade aan de tussenbak. [gedaagde] als bandenspecialist wist of behoorde te weten dat de banden ongeschikt zijn voor een vierwiel aangedreven auto. De rolomtrek van de vier banden was ongelijk. [eiser] vordert € 192,66 voor het stellen van de diagnose, € 4.371,44 voor reparatie van de tussenbak, € 1.303,99 voor de vier geplaatste Quatrac Pro banden,
€ 808,77 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 379,58 aan wettelijke handelsrente vanaf 6 juli 2023 tot datum dagvaarding.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Zij betwist dat zij [eiser] niet goed heeft geadviseerd. Zij stelt dat de Vredestein banden van het type Quatrac Pro geschikt zijn voor de auto van [eiser] . De banden met * markering zijn slechts aanbevolen. [eiser] vroeg [gedaagde] om all-season banden. Uit haar onderzoek bleek dat de gemonteerde all-season banden geschikt zijn voor de auto van [eiser] . [gedaagde] behoefde [eiser] niet voor de totstandkoming van de overeenkomst te waarschuwen dat BMW alleen zomer- en winterbanden met een * markering aanbeveelt. Subsidiair stelt zij dat zij niet in verzuim was. Zij is niet in gebreke gesteld en had de tekortkoming zelf kunnen herstellen. Zij had zo nodig ook op eigen kosten de tussenbak kunnen herstellen. Verder betwist zij het causaal verband tussen de eventuele tekortkoming en de schade aan de tussenbak. Ook betwist zij de gestelde schade aan de tussenbak. Die is slechts onderbouwd met een offerte. De factuur (en de offerte) zijn op naam van de eenmanszaak van [eiser] gesteld. Als [gedaagde] deze inclusief btw zou moeten betalen, zou [eiser] ongerechtvaardigd worden verrijkt. Zij betwist ten slotte de omvang van de buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde handelsrente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op de mondelinge behandeling is besproken dat de gekochte banden zijn vernietigd. [gedaagde] heeft bevestigd dat zij de koop/montagesom van de banden aan [eiser] moet terugbetalen. Uit niets blijkt dat [eiser] de btw niet aan [gedaagde] heeft betaald, zodat [gedaagde] ook de btw moet terugbetalen. De vordering tot betaling van € 1.303,99 inclusief btw voor de banden zal worden toegewezen.
4.2.
Het geschil tussen partijen gaat vooral over de vraag of de gemonteerde banden hebben geleid tot schade aan de tussenbak. [eiser] meent van wel en baseert zich op informatie van zijn BMW dealer (zie 2.5). [gedaagde] meent van niet en baseert zich op informatie van haar leverancier (zie 2.6). Op de zitting is besproken dat de overgelegde informatie geen uitsluitsel geeft. Tijdens de schorsing van de zitting hebben partijen afgesproken dat zij via de VACO (de bedrijfstakorganisatie voor de banden- en wielenbranche in Nederland) op zoek gaan naar een deskundige die kan adviseren over het causaal verband.
4.3.
Deze door partijen aangezochte deskundige, [naam 3] , heeft op 22 oktober 2024 gerapporteerd. Beide partijen hebben in een akte op het rapport gereageerd. De kantonrechter oordeelt dat ook met dit rapport niet is komen vast te staan dat de mogelijke schade aan de tussenbak is ontstaan door de banden die [eiser] op advies van [gedaagde] heeft gekocht en laten plaatsen. Zij overweegt daartoe als volgt.
4.4.
De deskundige concludeert dat de kans op schade aan de tussenbak als alleen het gevolg van de rolomtrekafwijking bij gebruik van de Vredesteinbandenset hem onwaarschijnlijk lijkt. Hij schrijft:

Er zal altijd een verschil zal zijn in afrolomtrek van een set van verschillende maten voor- en achterbanden. Het verschil ontstaat o.a. voor slijtage, belasting (gewicht op de betreffende as), constructie band, bandenspanning, inzet (met/zonder aanhanger). Dit geldt voor zowel de banden die zijn goedgekeurd c.q. gehomologeerd door BMW, de zogenaamde * banden als ook voor de banden die niet zijn vrijgegeven c.q. getest door BMW.
Ook bij * gemarkeerde banden zien wij bepaalde door BMW vrijgegeven combinaties met soortgelijke afrolomtrekverschillen als in deze case met de Vredestein banden.
In hoeverre en wanneer dit leidt tot schade aan de tussenbak is ons niet bekend.
Gezien de levendige discussie online en het aantal aanbieders van reparatie en revisie van tussenbakken gaan deze vaker stuk, ook bij gebruik van de door BMW aanbevolen bandensets.
Hieruit volgt niet dat er een gebrek is ontstaan aan de tussenbak door de door [gedaagde] geadviseerde Quatrac Pro banden.
4.5.
De deskundige merkt verder op dat de vier banden twee aan twee zijn gemonteerd met een interval van vijf maanden. Het heeft volgens hem de voorkeur alle banden tegelijk te vervangen voor banden van hetzelfde merk, dezelfde constructie en dezelfde seizoenscategorie en dit zou dan ook het juiste advies van [gedaagde] zijn. Hij schrijft: ‘
Door in juni 2022 uitsluitend nieuwe vierseizoenenbanden op de achteras te monteren en de (wellicht reeds half versleten) gemonteerde zomerbanden, mogelijk zelfs Run on Flat banden op de vooras niet te vervangen is er wellicht een groter verschil in afrolomtrek tussen voor- en achterbanden ontstaan. Helaas beschikken wij niet over concrete meetinformatie over dit verschil in afrol omtrek.’ Verder schrijft hij op dit punt: ‘
De verschillen in afrolomtrek in deze periode zijn ons onbekend. De mogelijk (extra) belasting en slijtage in deze periode aan deze tussenbak kan ik derhalve niet inschatten.
[eiser] heeft dit aspect echter niet aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Het is daardoor ook geen onderdeel geweest van het debat van partijen in deze zaak. Onduidelijk is dan ook of deze voorkeur voor plaatsen van de vier banden op hetzelfde moment, bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen partijen ter sprake is geweest
.Dat laat de mogelijkheid open dat [gedaagde] op dit punt juist heeft geadviseerd, maar [eiser] er desondanks voor heeft gekozen de banden niet tegelijk op de achter- en vooras te laten monteren. [eiser] kan [gedaagde] daar dan niet op aanspreken. Maar ook al zou [gedaagde] ten onrechte niet hebben geadviseerd de vier banden tegelijk te vervangen en [eiser] dit nalaten wel ten grondslag hebben gelegd aan zijn vordering, dan is niet vast komen te staan dat daardoor een zodanig verschil in afrolomtrek is ontstaan dat daardoor de tussenbak is beschadigd. De deskundige rapporteert dat hij niet weet of er in dit geval een ontoelaatbaar verschil in afrolomtrek is ontstaan doordat de banden niet tegelijk voor en achter zijn vervangen. Een ontoelaatbaar verschil in afrolomtrek is in deze procedure ook niet komen vast te staan. Volgens [eiser] had [dealer] geconstateerd dat dit wel het geval was. Volgens [gedaagde] bleek uit de test van haar leverancier dat de afrolomtrekverschillen binnen de tolerantie vallen.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dan ook dat het causaal verband tussen de gestelde schade aan de tussenbak en het advies van [gedaagde] dat heeft geleid tot de verkoop en montage van de Quatrac Pro banden niet voldoende is komen vast te staan. Zij wijst de vordering tot vergoeding van de schade aan de tussenbak van € 4.371,44 daarom af wegens gebrek aan oorzakelijk verband tussen deze schade en het handelen van [gedaagde] .
4.7.
[eiser] vordert verder € 192,66 voor het stellen van de diagnose door [dealer] . Nu er geen causaal verband is vastgesteld tussen het mogelijke gebrek en het handelen van [gedaagde] , komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen.
4.8.
[eiser] heeft wel aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voor de hoogte van deze vergoeding is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing. Op grond daarvan is € 195,60 toewijsbaar.
4.9.
[eiser] vordert over het toe te wijzen bedrag wettelijke handelsrente. [gedaagde] maakt daartegen bezwaar. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin. [eiser] stelt niet waarom de wettelijke handelsrente verschuldigd zou zijn. Ook blijkt niet dat de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] een handelsovereenkomst is. Het enkele feit dat de facturen op naam van zijn eenmanszaak zijn gesteld, is daarvoor onvoldoende. [eiser] vordert terugbetaling van de koopsom (inclusief montage) van de banden inclusief btw. Ook dat duidt niet op een handelsovereenkomst. De kantonrechter zal over het toe te wijzen bedrag de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro toewijzen vanaf 5 augustus 2023, nu de overeenkomst bij brief van 4 augustus 2023 buitengerechtelijke is ontbonden en [gedaagde] toen gehouden was de koopsom terug te betalen.
4.10.
Partijen worden over en weer op punten in het ongelijk gesteld. De kantonrechter ziet daarin aanleiding de proceskosten te compenseren, zodat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 1.303,99, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 5 augustus 2023,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 195,60,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
compenseert de proceskosten, aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.