ECLI:NL:RBZWB:2025:2317

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
11472172 CV EXPL 25-24 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 EVEX II-verdragArt. 16 EVEX II-verdragArt. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008Art. 6 Verordening (EG) 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst

Alektum Capital II AG vordert betaling van een bedrag van €293,01 van de koper, gebaseerd op bestellingen die via de website van H&M zouden zijn geplaatst en geleverd op het adres van de dochter van de koper. De koper betwist het bestaan van de overeenkomsten en stelt dat zij niet op het opgegeven adres woonachtig is, het e-mailadres niet van haar is en de geboortedatum niet klopt.

De kantonrechter stelt vast dat Alektum onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de koper daadwerkelijk de bestellingen heeft geplaatst. Er is onduidelijkheid over het gebruikte e-mailadres en de geboortedatum komt niet overeen met die van de koper. Ook is niet duidelijk wie de bestellingen heeft ontvangen of retour gezonden. De mogelijkheid van misbruik van persoonsgegevens blijft open.

Gezien het internationale karakter van de zaak is de Nederlandse rechter bevoegd en is Nederlands recht van toepassing. Omdat Alektum niet aan haar stelplicht voldoet, wijst de kantonrechter de vordering af. Proceskosten worden begroot op nihil omdat de koper zonder gemachtigde heeft geprocedeerd.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11472172 \ CV EXPL 25-24
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[de koper],
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de koper] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak gaat het om het volgende. Alektum vordert betaling van facturen op grond van gestelde overeenkomsten tussen H&M en [de koper] . [de koper] betwist het bestaan van die overeenkomsten.
1.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Alektum af. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de akte van Alektum met producties;
- de antwoordakte van [de koper] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op naam van [de koper] zijn op 13 september 2021, 15 september 2021 en 22 september 2021 via de website van H&M bestellingen gedaan. H&M heeft hiervoor een (totaal)bedrag van € 263,60 bij de koper in rekening gebracht. Bij de bestellingen is het [adres] te [plaats 2] opgegeven. [de koper] is niet zelf op dit adres woonachtig (geweest). Wel is de dochter van [de koper] op dit adres woonachtig.
3.2.
De koper heeft gekozen voor de optie om achteraf te betalen aan Klarna. Daarmee is op dat moment de geldvordering op koper door H&M in eigendom overgedragen aan Klarna. Op de facturen is een bedrag van € 39,97 in mindering gebracht in verband met ontvangen retourneringen.
3.3.
Klarna heeft haar vordering op koper door middel van een akte van cessie verkocht en in eigendom overgedragen aan Alektum.
3.4.
De gemachtigde van Alektum heeft de koper bij brieven van 16 augustus 2022 schriftelijk in gebreke gesteld en gesommeerd het totaal verschuldigde bedrag van € 223,63
binnen 14 dagen na de ontvangst van de brieven aan Alektum te voldoen. Tevens heeft de gemachtigde van Alektum in deze brieven aangezegd dat koper bij niet tijdige betaling tevens de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 en wettelijke rente aan Alektum verschuldigd is.

4.Het geschil

4.1.
Alektum vordert -samengevat- veroordeling van [de koper] tot betaling van € 293,01 (bestaande uit de resterende hoofdsom van € 223,63, de incassokosten van € 40,00 en de wettelijke rente berekend tot 12 december 2024 van € 29,38), te vermeerderen met rente en kosten.
4.2.
Alektum legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de koper] heeft via de website van H&M producten besteld. De producten zijn ook aan [de koper] geleverd, te weten op het [adres] te [plaats 2] . [de koper] heeft een deel van de door haar ontvangen producten aan H&M geretourneerd.
4.3.
[de koper] betwist in haar verweer dat zij de door Alektum gestelde bestellingen bij H&M heeft gedaan. [de koper] stelt dat zij niet op het opgegeven woonadres woonachtig is en dat zij ook niet met het opgegeven e-mailadres bekend is. Ook stelt [de koper] dat de bij de bestellingen opgegeven geboortedatum niet juist is.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Omdat Alektum is gevestigd in Zwitserland en [de koper] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. Dit houdt in dat de kantonrechter ambtshalve de vraag moet beantwoorden of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen.
5.2.
Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano 2007 (het EVEX II-verdrag). De kantonrechter stelt vast dat [de koper] een consument is en
woonachtig is in Nederland. Dit leidt op grond van artikel 15 en Pro 16 EVEX II-verdrag tot de conclusie dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.3.
Verder is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Alektum heeft gesteld dat zij door cessie de vordering van Klarna overgedragen heeft gekregen. De betrekking tussen Alektum als cessionaris (rechthebbende op de vordering door cessie) en [de koper] als (gesteld) schuldenaar, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de gecedeerde vordering. Dat volgt uit artikel 14 lid 2 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).
Op grond van artikel 6 van Pro deze verordening geldt in geval van een
consumentenovereenkomst zoals hier dat het recht van toepassing is van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien [de koper] in Nederland woont, betekent dit dat Nederlands recht moet worden toegepast. De kantonrechter zal de zaak dan ook inhoudelijk beoordelen naar Nederlands recht.
inhoudelijke beoordeling
5.4.
Als meest verstrekkend verweer heeft [de koper] aangevoerd dat zij niet degene is geweest die de gestelde bestellingen heeft geplaatst, zodat daarmee naar het oordeel van de
kantonrechter is betwist dat er overeenkomsten zijn gesloten.
5.5.
De kantonrechter overweegt dat, nu in geschil is of er sprake is van (een)
overeenkomst(en), het aan Alektum is om voldoende onderbouwd te stellen dat hiervan sprake is. Geoordeeld wordt dat Alektum niet aan de op haar rustende stelplicht heeft voldaan.
5.6.
Ter onderbouwing van de stelling dat [de koper] de contractspartij is geweest wordt enkel (nader) gesteld dat de aangeleverde gegevens overeenkomen met de
persoonsgegevens van [de koper] . Vaststaat echter dat [de koper] niet op het opgegeven woonadres woonachtig is (geweest). Door [de koper] wordt vervolgens gemotiveerd betwist dat het opgegeven e-mailadres haar e-mailadres is. Het is de kantonrechter ook opgevallen dat Alektum in haar stukken twee verschillende e-mailadressen noemt; te weten [e-mailadres 1] in de dagvaarding en [e-mailadres 2] in de akte. Het is dus niet duidelijk welk e-mailadres bij de bestellingen is gebruikt. Ook blijkt uit de stukken niet naar welk e-mailadres de bevestigingen van de bestellingen en/of de facturen zijn gezonden. De door Alektum gestelde geboortedatum ( [geboortedatum 1]) komt ook niet overeen met de in de dagvaarding genoemde geboortedatum van [de koper] ( [geboortedatum 2]). Daardoor is onzeker of [de koper] de gestelde bestelling(en) daadwerkelijk zelf heeft gedaan. De mogelijkheid blijft open dat misbruik is gemaakt van de gegevens van [de koper] . Nu Alektum degene is die een beroep doet op het bestaan van de koopovereenkomsten, is het aan haar om aan te tonen dat [de koper] degene is die de koopovereenkomsten is aangegaan.
5.7.
Een aanknopingspunt kan zijn dat, zoals door Alektum is gesteld, de bestellingen (op verzoek van [de koper] ) op het woonadres van de dochter van [de koper] zijn geleverd en dat een gedeelte van de bestellingen door H&M retour is ontvangen. [de koper] stelt hierover dat zij geen goede band met haar dochter heeft en dat haar dochter op de vraag of zij producten heeft ontvangen ontkennend heeft geantwoord. Alektum heeft van de gestelde levering(en) geen bewijsstukken overgelegd.
Voor zover uitgegaan wordt van de juistheid van de stelling dat er door de koper goederen zijn teruggestuurd -en (een gedeelte van) de bestellingen dus op het opgegeven adres is bezorgd- betekent dit niet dat hiermee vaststaat dat [de koper] de betreffende goederen heeft besteld en op die grond betalingsplichtig is. Uit de stukken blijkt ook niet wie de bestelling(en) in ontvangst heeft genomen en wie een gedeelte van de bestelling(en) retour heeft gezonden.
5.8.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van Alektum als onvoldoende
onderbouwd zal worden afgewezen.
5.9.
Nu de vordering van Alektum zal worden afgewezen, is een (ambtshalve) toetsing van de (pre)contractuele informatieverplichtingen van Alektum niet meer aan de orde.
proceskosten
5.10.
Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de
proceskosten, met dien verstande dat deze kosten aan de kant van [de koper] worden begroot op nihil, nu [de koper] zonder bijstand van een gemachtigde heeft geprocedeerd en gesteld noch gebleken is dat zij anderszins kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Alektum af;
6.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van [de koper] op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.