ECLI:NL:RBZWB:2025:2250
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2021 beroep ingesteld door een herziene aangifte in te dienen. De inspecteur kwalificeerde deze herziene aangifte als beroepschrift en zond deze door naar de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 13 oktober 2023, de dag na de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023, en eindigde op 23 november 2023. De beroepsaangifte werd echter pas op 8 januari 2024 ontvangen.
Belanghebbende voerde als reden voor de te late indiening een verblijf in Afrika voor een medische behandeling aan, maar de rechtbank acht dit geen verontschuldiging. Bovendien kon belanghebbende binnen de beroepstermijn nog andere belastingzaken digitaal indienen. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en blijft het bestreden besluit in stand.
De rechtbank beveelt de inspecteur wel om de herziene aangifte te behandelen als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Hierdoor kan de inspecteur beoordelen of de aanslag op basis van de herziene aangifte ambtshalve moet worden verminderd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn; de inspecteur moet de herziene aangifte als verzoek om ambtshalve vermindering behandelen.