Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 17 februari 2025, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2025;
- de stelbrief van mr. C.C.J. Mouwen van 3 maart 2025;
- het e-mailbericht van de vader met bijlagen van 4 maart 2025.
- de moeder, bijgestaan door mr. J.J.A. van Roessel, waarnemend voor mr. C.C.J. Mouwen;
- de vader, vergezeld door een onafhankelijke cliëntondersteuner van [coaching] , mevrouw [clientondersteuner] . De kinderrechter heeft mevrouw [clientondersteuner] , na akkoord van alle aanwezigen, bijzondere toestemming verleend.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.De standpunten van belanghebbenden
6.Het advies van de Raad
7.De beoordeling
- het contact tussen [minderjarige 1] en de vader wordt gecontinueerd en opgebouwd. Daarbij dient voor [minderjarige 1] duidelijk te worden waarom terughoudend wordt omgegaan met het opbouwen van het contact;
- [minderjarige 2] ervaart gedurende de therapieën de ruimte om te achterhalen waar zijn weerstand richting de moeder vandaan komt en kan dit bespreekbaar maken;
- de ouders geven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de emotionele toestemming om het fijn te mogen hebben bij de andere ouder;
- het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt gecontinueerd en opgebouwd;
- de individuele hulpverlening van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt gecontinueerd.
8.De beslissing
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.