ECLI:NL:RBZWB:2025:2102
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij navorderingsaanslagen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 april 2025 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019 en 2020. De beroepen zijn ingesteld door een gemachtigde die geen machtiging heeft overgelegd.
De rechtbank heeft belanghebbende en diens gemachtigde meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn alsnog een machtiging in te dienen, maar deze is niet ontvangen. Er is geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank de beroepen daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank beoordeelt de inhoud van de beroepen niet en laat de bestreden besluiten ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging, waardoor de navorderingsaanslagen ongewijzigd blijven.